IMG-20150209-WA0004

Vlaggenmast trakteert, maar niet aan zichzelf

Met een waterig zonnetje, droog veld en schitterende uitslag van het tweede team, leek afgelopen zondag niets aan de hand voor een mooie prestatie van het Vlaggenschip…..

Sterk uit de startblokken werd dan ook direct bij de try-lijn van de Castricumse burgers aangeklopt. Na enkele fases wist Bert aan de zijkant de bal over de try lijn te drukken, ware het niet dat hier een kleine knock on aan vooraf ging. Vervolgens golfde het spel heen en weer maar wisten de burgers als eerste een try te drukken na sterk voorwaartse spel. Hierna volgde een dramatische twintigtal minuten waarin de USRS zich verloor in het missen van tackles, matig opstellen ronde de rucks en persoonlijke fouten in het open spel. Gelukkig wist de back-line nog een tegenstoot te geven en kon Bert na een cadeautje van Frans Willem zijn eerdere missertje goedmaken. Ruststand: 7-21

Na een corrigerende speech van Rhys in de rust gingen de studenten weer fel van start in de tweede helft. Dit werd beloond met een goede voorwaartse try van Thijs Manders, welke bij de kick off hiervoor direct getrakteerd werd op een tackle in de lucht met een gele kaart voor Castricum tot gevolg. Erop en erover leek het devies, we werden echter overmoedig en kregen een aantal disciplinaire foutjes voor onze kiezen waardoor Jurgen in het nauw gedreven werd achterin met balverlies en try voor Castricum tot gevolg. Peter Persoon kon na een snelle en slimme spelhervatting van Jurgen wel weer de aansluitende try vinden. Hierna bleven de studenten ook aandringen op een beloning voor het werken, dit strandde echter telkens in de 22 van de tegenstander. Castricum wist met goede tegenstoten en solide spel nog wel een try te drukken waardoor de eindstand op 17-35 bleef steken.

Al met al een wedstrijd waarin vooral de USRS zichzelf tekort heeft gedaan, het is bewezen dat we ook tegen een sterk Castricum, met veel spelers uit het eerste, goed kunnen rugbyen, alleen de volle tachtig minuten werklust en discipline tonen blijft lastig. Met DSR-C, Bassets, ‘t Gooi en de Burgers in het vooruitzicht staat het Vlaggenschip op een veilige positie in het klassement en is de top vijf nog immer in het vizier

Rain Ripples

De verwachting, het dipje en de herrijzenis van het Vlaggenschip.

“De geschiedenis van de zeevaart is een geschiedenis van menschelijk heldendom en martelaarschap, en de folterkamers, waarin zij, die de Goden van Ruimte en Tijd trotseerden, hun straffen moesten ondergaan, werden schepengenoemd”.

[Hendrik Willem van Loon, 1934]

Wellicht waren de verwachtingen ook wat hoog, toen we in the pre season als sierpaardjes op de trainingsvelden ronddartelden en ons eerste teammanagement hoogdravend de woorden ‘mogelijk kampioenschap’ in de mond nam in een interview met het AD. Wellicht was dit namijmeren op de successen van de eerste Koningsdag en de EU games. Echter die lagen op dat moment weken achter ons en van zelfvoldaan op de bank zitten met kapsalon en diepvriespizza is nog nooit iemand scherper geworden. 

Het kon dan ook niet uitblijven dat het Vlaggeschip een flinke deuk in het voorsteven zou oplopen bij het aanvangen van het seizoen. Er werd zeker niet slecht gespeeld tegen de Dukes, maar winst zat er niet in met deze manier van spelen. Noemenswaardig is wellicht dat we er na de wedstrijd ook volledig in gefaald zijn John Mcain de regels van het spelletje drieman uit te leggen (of deed de dorstige man het expres?) 

In de letterlijk en figuurlijk verhitte pot bij de Bassets was er een serieus probleem met de instelling van onze mannen (zeker in de tweede helft). Set pieces waren lang niet slecht en we begonnen redelijk sterk,  maar de hoeveelheid penalties tegen lijkt te suggereren dat the discipline in het losse werk ver te zoeken was. Het bleef bij een enkel try van de Champ. Sommige jongens klaagden naderhand dat er teveel bloembollen op het veld lagen, wat in het voordeel van de boerenjongens geweest zou zijn. Ik durf er, gezien mijn achtergrond, geen uitspraak over te doen. Het was een wedstrijd om snel lering uit te trekken en om dan nog sneller weer te vergeten. 

Tegen de Delftse porseleinschilders gingen onze mannen na de oppeppende wake-up call van Kuppens goed van start en kwamen zowaar op redelijke voorsprong. U begrijpt dat het voer voor het bijgeloof van de mannen was, toen echter even daarna de elementen zich weer tegen ons keerden. De trymachine stagneerde en de Delftenaren roken bloed. Weinig controle in de scrum deed Tycho weken daarna nog miemelen over plekjes op z’n schenen. Drie potten achter elkaar verlies elk tegen een tegenstander die we met oprechte zelfkennis moeten kunnen hebben, het begon de mannen te dagen dat we te maken hadden met een dipje.  

Met ergernis moest onze voorwaartse captain Paulus zich verdedigen wanneer reporters van het AD weer lucht hadden gekregen van de uitslagen en hem telefonisch belaagden.  “Cirkel één vanaf het moment dat we de auto instappen!” hamerde Frans Willem in de aanloop naar de volgende pot. “Alleen offloads als het kan!” hamerde Paulus. Zo begonnen wij zondag de 28e aan de trip richting zuidwesten, eigenlijk met onderbezetting in de lijn, waar het immer onvoorspelbare HRC met de sluwe SP ons watertandend stond op te wachten. 

Uiteraard gingen we hard van start. Sinds Guy zit het altijd wel goed met die eerste tackle. Maar misschien wilden we  ietwat te graag en ging juist de paniek van ‘oh nu moeten echt presteren’ ons in de weg zitten. Want het was rommelig die eerste minuten. HRC wist te scoren. En nogmaals. Shit al 10-0 achter. Wij kwamen niet verder dan een knock on op onze middenlijn. Vervloekte SP zat onze codes te verklappen. Persoon kreeg geel omdat hij te lui was om weg te rollen. En zo begonnen de donkere wolken van nogmaals verlies zich samen te ballen  boven het ongastvrije complex van de mannen die het K-woord niet schuwen. 

Maar toen, net voor halftime, spontaner nog dan de totstandkoming van de eerste Happy Seconds, begon het licht te branden in het binnenste van onze mannen. Weinig keren in mijn uitgebreide carrière bij de USRS aanschouwde ik dergelijke vonken in de ogen van mijn maten. De trymachine kwam, sputterend en pruttelend op gang. Met pracht werden fases aaneengeregen als parels om een ketting. De Hagenezen stuitten,  ondanks verwoede pogingen, keer op keer op de onneembare Utrechtse veste. Zo werd de stand met zekere stappen omgebogen naar het voordeel van de studenten en herrees het Vlaggeschip uit de diepten als de Galjoot van Davey Jones in ‘Pirates of the Caribbean’. Eindstand: 18-29. Mayo stopte voor het einde toch maar even omdat hij op een gegeven moment niet meer wist wat er in de tweede helft gebeurd was (die andere gozer van Den Haag waarschijnlijk niet meer wat er afgelopen maand gebeurd was). Uit-winst voor USRS I bij HRC, volgens mij heb ik dat in 5 jaar niet meegemaakt.  

Eigenaardig is het wel, dat we het feit toch nog met verbazing ervaren, wanneer na alle voorbereiding en concentratie, hetgeen we wilden bewerkstelligen eindelijk bewerkstelligd wordt.  Maar het is ook een prachtig gegeven en doet onmiddellijk smaken naar meer. Over twee weken wachten de Bulldogs. Wij kunnen niet wachten. 

PP